|
14. Switchen Een man staat vastgebonden tussen twee pilaren, met de armen omhoog, ontbloot bovenlijf. Twee mannen hebben ieder een zware zweep en geven hem om de beurt een harde klap. Hij zweet van de inspanning en van de pijn. De andere twee zweten ook, puur van inspanning. Ze pauzeren even, de man tussen de pilaren krijgt even rust, en dan gaan ze verder. De man kan een hoop hebben, hij protesteert niet als ze andere zwepen pakken, nog zwaardere, en vrolijk verder gaan. Het zweet gutst bij alle drie van het lichaam. Steeds meer mensen verzamelen zich rond het drietal, op eerbiedige afstand om geen tik van een zweep mee te krijgen. Na zeker twintig minuten gaan de zwepen aan de kant en wordt de man losgemaakt. Ze slaan hun armen om elkaar en hijgen uit. Iemand heeft wat te drinken voor ze gehaald. Een jong stel inspecteert de pilaren en de riemen, en wil die blijkbaar gebruiken om daar nu te gaan spelen. Dan laat het drietal elkaar los, de één inspecteert de zwepen, en degeen die net vastgebonden was pakt één van de riemen die van de pilaar naar beneden hangen. Hij pakt een pols van zijn vriend en maakt die vast. Tot mijn verbazing en die van het jonge stel herhaalt het tafereel van daarnet zich, alleen hebben ze nu van plek gewisseld. Eén van degenen die net sloegen krijgt nu de volle laag en zo te zien vindt hij het lekker ook. Opnieuw regent het harde slagen op een blote rug, opnieuw werken ze zich met z’n drieën in het zweet. Het stel zoekt een andere plek om te spelen. Het stereotiepe beeld van SM is dat sommigen dominant/sadistisch zijn en anderen onderdanig/masochistisch: je hebt meesters en slaven (c.q. meesteressen en slavinnen). Het blijkt echter dat een deel van de sadisten ook best eens aan het andere uiteinde van de zweep wil staan. Voor veel SM-ers ‘van de oude stempel’ is dat wat raar, maar voor de jongere generatie is het helemaal niet ongewoon dat iemand die meestal de top is, soms de bottom is. Zoals ik eerder heb opgemerkt moet de top weten hoe haar acties uitpakken bij de bottom en het is dus nuttig zo nu en dan van rol te wisselen of om als top een keer voor bottom te spelen voor een andere top. Maar het gaat verder, er zijn heel wat mensen die niet specifiek top of bottom zijn of die zich de ene keer top noemen en de andere keer bottom. Wat ze zijn hangt af van met wie ze zijn, hoe ze zich voelen, of gewoon waar ze zin in hebben. Zulke mensen noem je ‘switch’, omdat ze van rol switchen. Het is nuttig om te switchen, ook als je eigenlijk maar een voorkeur voor één rol hebt. Als je met iemand speelt wil je zo goed mogelijk de ander aanvoelen en hoe kan dat beter dan je ook eens in haar rol te verplaatsen. Dat kun je doen met dezelfde partner als met wie je normaal speelt. Je kunt je echter voorstellen dat het veel moeilijker is om de partner te domineren die normaal jou domineert dan om dat bij een ander te doen. Ik ken een hele goede top, die wel eens speelt met vrouwen die zelf heel erg ‘top’ zijn, maar die bij hem toch meestal de bottom zijn. Blijkbaar is het ook persoonsgebonden in de zin van dat je bij sommige mensen de ene rol hebt en bij andere mensen een andere. Toen ik nog niet zo lang aan SM deed speelde ik met een ervaren top en ik probeerde zo braaf en volgzaam mogelijk te zijn. Pas veel later realiseerde ik me dat een volgzame en stille bottom misschien helemaal niet prettig is voor een top. Ik had eigenlijk helemaal geen idee wat hij prettig vond, volgzaam en stil of een spelpartner die tegenstribbelt en kermt en schreeuwt. Pas toen ik zelf voor het eerst als top met iemand had gespeeld begreep ik wat het is om een bottom te hebben die niet hoorbaar of zichtbaar reageert. Het was op een avond van de VSSM en zoals meestal was er een aantal onderdanige en/of masochistische mannen die geen spelpartner hadden en zo nu en dan een steelse blik wierpen op de paar vrouwen die er waren, of ze nou dominant waren of niet. Op aandringen van een vriend vroeg ik één van die mannen of hij met me wilde spelen en zo stond ik even later in de speelruimte met een vastgebonden nogal stevige man die in afwachting was van een pak slaag. Ik pakte een zweep die ik zelf wel prettig vind, en gaf aarzelend wat slagen. De man reageerde niet en ik sloeg wat harder. Maar blijkbaar sloeg ik niet hard genoeg want hij reageerde nog steeds niet, er kwam geen kik uit. Ik aaide over zijn rug, over zijn hoofd, en ik vroeg hoe het ging. "Gaat wel hoor." "Oh? Sla ik te zacht?" "Nee, helemaal niet, je moet niet harder slaan." "Sla ik dan te hard." "Neuh, het gaat wel." maar uit de toon hoorde ik dat hij er toch wel moeite mee had. Als ik meer ervaren was geweest had ik dat vast wel aangevoeld, maar in mijn onervarenheid en door totaal gebrek aan enige communicatie van zijn kant kreeg ik geen vat op het spel, wist ik totaal niet of ik nou te hard of te zacht sloeg. Ik heb er twee dingen van geleerd. Ten eerste dat je de ander steeds moet laten merken hoe het gaat, in woorden of in gebaren of desnoods in gekreun. Ten tweede dat het nuttig is om te switchen, omdat je dan merkt hoe je eigen gedrag op de ander overkomt en omdat je dan geconfronteerd wordt met de problemen waar je eigen spelpartner mee te maken heeft. Sinds die keer switch ik zo nu en dan en ik leer er steeds heel veel van. Terug |